Leesfragment en titel boek

Vorig jaar rond deze tijd, kon je op dit blog lezen dat mijn manuscript door Uitgeverij Ambilicious was geaccepteerd en zij het wilden uitgeven als (mijn eerste) boek. Inmiddels is de redactiefase achter de rug en krijgt mijn eerste boek letterlijk vorm.
Al heel snel tijdens het schrijven bedacht ik een werktitel en deze stond ook op mijn manuscript toen ik deze opstuurde naar Ambilicious. In mijn hoofd en soms op het scherm passeerden nog diverse andere titels. Uiteindelijk bleek mijn eerste idee stand te houden. Vandaag kan en mag ik jullie eindelijk de titel van mijn eerste boek, welke voor de feestdagen uitkomt, bekend maken:

                                                                WODKA&RANJA

Met elke nieuwe stap ben ik erg blij. De komende weken zal ik regelmatig de vorderingen delen. De spanning stijgt...

Eerder deelde ik al een leesfragment op Twitter en Facebook. Hieronder kun je dit fragment ook vast lezen of nog een keer lezen:

Mama, mama, wakker worden. Ik moet naar school en Imke gaat toch naar haar schooltje? Mama, wordt nou wakker! De kleine wijzer staat bij de acht. Ik ben aangekleed, maar Imke nog niet. Mama, ik maak zelf wel een boterham. Kom je?’
 Half slapend, met vreselijke koppijn en een droge strot, open ik mijn ogen. De gordijnen zijn gesloten. Een streep zonlicht schijnt langs de zijkant naar binnen. Shit, het is vijf voor acht. Nog een geluk dat Jasmijn me wakker maakt. Als ik opschiet kunnen de meisjes op tijd zijn. Voorzichtig kom ik overeind en ga op de rand van mijn bed zitten. Waarom dronk ik gisteravond een paar biertjes en een fles wijn? Wijn vind ik niet eens lekker. Ik wist dat dit ging gebeuren.
 Als ik vooroverbuig, komt er een golf maagzuur omhoog. Op de tast zoek ik naar een fles drank onder het bed. Ik vind er geen. Dat is waar ook: vorige week heb ik alle lege en halflege flessen onder het bed weggehaald. Ik was bang dat Imke of Jasmijn ze zouden vinden en, nog erger, de restjes wilden opdrinken. Aan de andere kant van het bed vind ik alleen een emmer. Die staat daar voor noodgevallen. Een weeïge lucht stijgt op uit de emmer. Snel zet ik hem terug.
 ‘Mama, kom je nou? Ik ziet geen brood in de kast en toen at ik maar biscuitjes. Imke wil ook eten, zal ik haar koekjes geven? Er is verder niets.’
 ‘Eh … ja, doe maar. Leg ze even op een bord. Of nog beter: op de broodplank. Ik wil niet dat haar bord kapot valt als ze ermee speelt. Ik kom eraan, schatje. Fijn dat je mama zo goed helpt.’
 Ik strompel naar de badkamer en drink een glas water. In het medicijnkastje zoek ik naar aspirine. Niets. Achterin ligt alleen een leeg doosje. Gelukkig staat hier nog wel een fles wodka. Gehaast draai ik de dop los en neem een paar slokken. Ik ben trillerig en misselijk en schrik van mijn eigen spiegelbeeld. Het is een slecht begin van de dag.