Chronisch zieke mama of papa? 9 Tips en ervaringen

DSC_0100[1]

‘Dat vind ik een supergoed idee.’ antwoordde zoonlief, nadat ik hem vertelde dat ik een blog wilde schrijven met tips voor chronisch zieke mama’s en papa’s.

  1. Opvallend genoeg noemde hij al eerste: als je samen een dagje weg wilt en je (de ouder) voelt je niet zo lekker of heel erg moe, dan moet je dit eerlijk zeggen. Wat zoonlief hier eigenlijk mee bedoelde: je moet niet meegaan omdat jij je schuldig voelt en/of omdat je bang bent om mij (je kind) teleur te stellen. Als je wel meegaat en het blijkt op een gegeven moment dat je echt niet meer verder kunt door bijvoorbeeld pijn of vermoeidheid, dan is dat voor een kind moeilijk en beangstigend. Zoonlief vindt het dan fijner om òf samen thuis te blijven en eventueel thuis iets ‘leuks’ te doen òf wel weg te gaan met iemand anders (meestal met papa), zodat mama thuis kan blijven en op de bank kan liggen of in bed kan kruipen. Dan is hij meer gerustgesteld en voelt hij zich ook veiliger. Hoewel hij het ook heel erg fijn vindt als we samen (liefst met z’n 3-en!) een keertje weg kunnen. Dat hij dit als eerste noemde verraste mij wel enigszins, heeft waarschijnlijk ook met zijn leeftijd en de omstandigheden op dit moment te maken.

  1. Wat hier eigenlijk wel op aansluit: probeer je kind zoveel mogelijk eerlijk te vertellen wat er aan de hand is. Passend bij de leeftijd en de belevingswereld van je kind. Als de omstandigheden het toelaten, licht je kind dan zoveel mogelijk zelf in. Liefst kort voor (bijvoorbeeld een geplande ziekenhuisopname) of na veranderingen. Bij een acute opname, probeerde ik (als dat kon) toch zelf zoonlief in te lichten. Het betekende soms dat ik dit op school (liefst in de pauze) aan zoonlief vertelde. Hoewel hij dan meestal heel verdrietig was, ging dat beter dan als hij achteraf hoorde dat ik in het ziekenhuis lag. Voordeel was ook dat school direct op de hoogte was. Op school was er vaak dan direct afleiding en werd hij goed opgevangen. Met één juf had hij een hele goede band, waar soms een extra knuffel al heel veel goeds deed. Maar eigenlijk waren alle leerkrachten op de basisschool op de hoogte en kon hij bij iedereen terecht (dank jullie wel!).

  2. Vertel zowel slecht nieuws, maar ook relatief goed nieuws (bijv als het wat beter gaat). Soms vergeet je dat en denkt je kind dat het nog steeds niet goed gaat. Dat levert extra, onnodige spanning en verdriet op.

  3. Kinderen kunnen heel verschillend reageren op slecht nieuws. Soms boos, soms verdrietig, soms heel stilletjes of juist druk gedrag. Houd je kind goed in de gaten. Soms zegt een kind niet zoveel, maar zie je dat hij zich op andere manieren uit. Het kan per kind, maar ook per situatie bij hetzelfde kind enorm verschillen. Ook lijkt het soms of een kind je opmerking en/of uitleg niet heeft gehoord of het lijkt niet door te dringen. Niets is minder waar. Op een moment dat je het niet verwacht kan een kind dan ineens iets heel raaks zeggen, waarbij je merkt dat hij het echt wel heeft gehoord.

  4. Gun je kind daarom tijd om jouw opmerking/uitleg te verwerken. Op een manier die het beste bij hem past. Of je kind nu wel of niet zo’n prater is, kinderen uiten op allerlei manieren. Muziek, sport, drama, expressie, tekenen of ‘gewoon’ lekker spelen kunnen daarbij fijne hulpmiddelen zijn. Kinderen vinden het vaak ook fijn om hun zorgen te delen met een huisdier!

  5. Tijdens een ziekenhuisopname belde zoonlief altijd even om welterusten te zeggen. Vaak waren we allebei verdrietig en misten we elkaar heel erg. Toch was dat moment elke dag nodig en heel belangrijk. Vaak nam hij een shirt van mij in bed, samen met zijn knuffel. Papa las altijd voor. Vaste rituelen helpen en bieden een kind houvast en troost.

  6. Op sommige momenten vinden kinderen het moeilijk (om diverse redenen) om met een van de ouders te praten over wat hem/haar bezighoudt. Als je weet dat jouw kind een goede en bijzondere band heeft met iemand die je zelf ook vertrouwt, licht die persoon dan in en vraag of hij/zij een keer een opmerking maakt over wat er op dat moment speelt. Dat kan een familielid zijn, iemand van school, maar ook iemand die misschien juist wat verder van jouw gezin afstaat. Forceer het niet. Belangrijkste is dat het kind iemand vertrouwt, waarmee hij (als hij dat wil(!)), zijn zorgen, verdriet of juist blijdschap kan delen. Oudere kinderen vinden het soms ook fijn om met leeftijdsgenoten iets te delen. Ook hier speelt vertrouwen een belangrijke rol, omdat een kind zich op zo’n moment erg kwetsbaar kan voelen. Heb je het idee dat je kind meer hulp nodig heeft, bespreek dit dan met de huisarts of bijvoorbeeld een Intern begeleider op school. Zij kunnen doorverwijzen naar specialistische hulp. Dat klinkt zwaarder dan het is. Zoonlief is een paar keer naar een soort speltherapie geweest. Dat was vooral ivm ‘concentratieproblemen’ en soms ‘boze buien’. Hij vond t geweldig om daar naar toe te gaan, vooral door de sport- en spelactiviteiten. De gesprekjes tussendoor met jonge professionals vond hij prima, eigenlijk niets bijzonders (voelde voor hem niet als therapie).

  1. Wees niet te streng voor jezelf, maar probeer ook niet dingen teveel te compenseren. Je wilt het liefst dat je kind zo min mogelijk vervelende dingen meemaakt als hij/zij opgroeit. Toch is dat ook een onderdeel van het leven en kunnen veel kinderen meer aan dan je op t eerste gezicht zou denken. Je kunt gebruik maken van een rustmoment door je kind een dvd-tje te laten kijken of even achter de computer. Let wel op dat je de afspraken en grenzen die je hebt afgesproken zoveel mogelijk aanhoudt, in goede en slechtere tijden. Het is vaak makkelijker om afspraken los te laten, dan om grenzen te bewaken…Besef daarnaast dat werkende ouders vaak ook worstelen met de verdeling van tijd en aandacht voor een kind.

  2. Accepteer of vraag hulp uit je omgeving en denk in mogelijkheden. Mensen vinden het vaak fijn als ze iets voor je kunnen doen. Zoonlief wilde (vooral na een ziekenhuisopname) liefst thuis zijn, alleen of samen met een vriendje spelen. Vaak zocht ik dan naar een compromis. Samen met vriendje thuis spelen, maar dan max 1-1,5 uur (ook afhankelijk van wie er kwam;-) ) als ik erg moe was of veel pijn had. Een hele woensdag- of vrijdagmiddag dan bij iemand anders spelen (er was altijd wel een mogelijkheid om dat te regelen. Tijdens een ziekenhuisopname of bij een controle bij de arts was dit helemaal geen probleem). Samen spelen biedt ook afleiding en voorkomt een isolement. En soms wilde zoonlief alleen thuis spelen, dicht in de buurt van de bank, bij mama. Vraag en kijk dus naar wat je kind wil en wat er nodig en mogelijk is.

  3. Let er op dat er voldoende tijd en aandacht naar je kind (en evt partner!) gaat, ook in periodes dat het minder goed gaat. Vraag regelmatig ‘Hoe gaat het met je’. Dat kan ook indirect. Als een ouder ziek is gaat daar vaak veel aandacht en zorg naar toe. Meestal onbewust en zonder dat anderen dat merken. Wees daar in ieder geval binnen je gezin attent op. Het lijkt en klinkt vanzelfsprekend: Besteed bewust tijd en aandacht aan de andere ouder èn je kind(eren).

Bovenal: geniet van de momenten samen! Ook al kun je niet alles wat je wilt samen doen, jij bent de enige waar een kind papa of mama tegen zegt. Het feit dat je er bent en van je kind houdt (no matter what), is het allerbelangrijkste! Denk in mogelijkheden en probeer je kind ook zoveel mogelijk kind te laten zijn.

NB ipv zoon(hij) kun je ook dochter(zij) lezen, soms zijn er meerdere kinderen in een gezin. Ipv mama kan het ook over papa gaan en visa versa (of zelfs om een tante of oom).

Advertenties