Overgave en vertrouwen #operatie

DSC_1002[1]

Het geluid van metaal op metaal klinkt hard in deze ruimte. Het licht doet pijn aan mijn ogen. En die geur. Hoe kon ik die vergeten? Ik probeer op mijn ademhaling te letten, maar vergeet het ook weer na de 3e keer. Vertrouwen.
De hoeveelste operatie is dit eigenlijk? Ik heb geen idee, in ieder geval de 50 al ruim gepasseerd. Je zou denken dat dit inmiddels bekend zou zijn, een soort routine. Niet. Het is elke keer weer anders. De mensen, de ruimte, de geluiden, de geur. Ik ben niet bang. Toch wel. Ik ben wel bang, ergens diep van binnen.

Iemand buigt zich over mij heen, zegt: “Niet schrikken, ik plak even wat plakkers onder uw borst.’ Ik schrik. Mijn operatiehemd, die toch al weinig bedekte, wordt een stuk opengetrokken. Een hand glijdt eronder en op een stuk of 4 plaatsen worden plakkers geplakt. Direct klinkt er een piep op het ritme van mijn hartslag. 40-60-80-112. Rustig blijven, er gebeurt nog niets.

Er komt iemand naar mij toe: ‘Ik ben de narcotiseur en zal samen met mijn assistent op u letten als u slaapt.’ Ik kijk haar aan. Probeer mij te herinneren of ik deze vrouw, haren bedekt met een muts en een mondkapje voor, herken. Nee, dit is niet de arts die het voorgesprek deed. Zou zij wel weten van alle dingen die ik haar collega vertelde over vorige operaties? Dat er een operatie werd stilgelegd en de cardioloog een spoedecho van mijn hart maakte? Hoe heet deze arts eigenlijk? ‘U voelt om de paar minuten dat de band om uw linkerarm wordt opgepompt. Daarmee meten we uw bloeddruk regelmatig.’ Dat weet ik nog. Herkenning.

Ik lig te rillen op de smalle, harde tafel. Waarom heet het eigenlijk een tafel en geen bed? Eigenlijk passen beide woorden niet. Het is meer een plank. Ik richt mijn hoofd iets op, om wat beter om mij heen te kunnen kijken. Zachtjes doch dwingend word ik teruggeduwd. ‘Blijft u maar rustig liggen.’ Er wordt een armsteun aan de tafel geplaatst. Mijn arm wordt opgetild en erop geplaatst. Had m er best zelf op kunnen leggen, maar ik zeg niets. Overgave.

Ik richt mijn blik weer op het plafond, langs de felle lampen. Ooit lag ik in een operatiekamer waar een poster op het plafond was geplakt. Iets met een palmboom en een prachtig wit strand. Het enige witte wat ik nu zie is het plafond zelf. Mijn blik verplaatst zich naar de klok schuin voor mij. Ik lig hier nu ‘al ‘ 10 minuten, voor mijn gevoel een eeuwigheid. Mijn rug doet pijn, ik probeer mijn benen op te trekken. ‘Ho ho…kijk uit, straks valt u er af.’ ‘Mag ik dan alstublieft een kussen onder mijn knieën? ‘Ik zie een enigszins geïrriteerde, vragende blik van de ene groene gedaante naar de andere groene gedaante gaan. ‘Eh ja, dat kan wel. Heeft u het ook koud? U rilt zo.’ ‘Ja, ik heb het koud. Maar het is niet alleen door de kou, dat ik zo ril.’ Er wordt een kussen onder mijn knieën geduwd en…oh…wat een heerlijkheid. Een warme molton wordt over mij heen gelegd. Ik voel dat mijn lijf zich even ontspant. ‘Dank u, dit is heerlijk.’ Ineens blijkt er iemand achter mij te zitten, want ik voel een hand op mijn schouder. Voor ‘t eerst heb ik t gevoel dat iemand over mij waakt. Geruststelling.

Inmiddels zijn er al een stuk of zeven mensen in de ruimte. Eén van hen komt naar mij toe. ‘Goedemorgen, we gaan zo beginnen’ Even heb ik moeite om te bedenken wie deze man is. Dat duurt maar een fractie van een seconde. Dan herinner ik mij de arts, die ik slechts één keer eerder ontmoette, die hoort bij de paar ogen die ik zie. ‘Oh…eh..goedemorgen. Ik zie nu pas dat u het bent.’

‘We gaan zo beginnen. Heeft u nog vragen?’’ Enigszins overrompeld kijk ik hem aan. Vragen? Eigenlijk heb ik wel 1000 vragen. ‘Heeft u goed geslapen? Bent u goed uitgerust? Wie zijn alle mensen in deze ruimte? Is die man die net naast u stond een arts in opleiding? Gaat u de operatie echt zelf doen? Of zal deze arts in opleiding toch een deel mogen doen?’ Tegelijkertijd denk ik ‘Waarom ben ik niet sloom en slaperig en rustig van dat tabletje dat de verpleegkundige op de afdeling mij gaf? Zou het nog lang duren voordat ze beginnen? Breng mij alsjeblieft nu maar onder narcose, voordat ik niet meer durf.’ ‘Waar gaat u het over hebben als ik onder narcose ben? Over wat u vanavond gaat eten, of over de komende vakantie? Luistert u naar de muziek die straks aangezet wordt? Of legt u zo gedetailleerd uit wat u aan het doen bent tijdens de operatie? Gaat u iets ‘grappigs ’zeggen tegen de anderen in de operatiekamer over alle littekens die mijn lichaam (ont)sieren? Of jeetje…u zegt toch niets over mijn cupmaat of maakt vreselijke opmerkingen over mijn lijf? Heeft u het ook zo koud? Weet u echt heel zeker dat u goed uitgerust bent? Denkt u dat ik vanavond al naar huis kan in plaats van morgen?’ Shit. Ik wil dit niet. Ik wil naar huis, nu, naar man en kind. Zou dat kunnen? Ik…

‘Nee, ik heb geen vragen.’

De monitor alarmeert, mijn hartslag is nu boven de 120. ‘Zullen we maar beginnen? ’vraagt de anesthesist. ‘Graag’ fluister ik zachtjes, ‘laat mij maar slapen.’ Ik wil en moet mij overgeven en vertrouwen in de mensen om mij heen. Het kan niet anders.
‘Denk aan wat leuks, kies een mooie droom.’ Ik kijk naar het plafond. Geen palmbomen, geen strand. Iets leuks. Wat dan? Ik weet niets. Ik raak in paniek. Ik voel iets pijnlijks en kouds door mijn arm stromen. Een vieze smaak in mijn mond. Ik snik, een traan loopt vanuit mijn ooghoek omlaag en wordt liefdevol weggeveegd. ‘Wat leuks, ik ..ik weet niet…kun j e..ik…

dit blog schreef ik na een tweetwisseling nav dit artikel: http://www.rtlnieuws.nl/nieuws/opmerkelijk/patient-hoort-alles-tijdens-operatie-half-miljoen-schadevergoeding

Advertenties