2015, het jaar van bewustwording!

DSC_0673[1]

2015. Dit jaar zal de geschiedenisboeken ingaan als het jaar dat de nieuwe jeugdzorg en WLZ (Wet Langdurige Zorg) zijn ingevoerd. De start van de nieuwe ‘participatiesamenleving’?!
Op dit moment heb ik een beetje het gevoel dat iedereen zoekende is. Het is op sommige vlakken heel erg stil, net alsof het wachten is op de eerste mooie voorbeelden van participatie of voorbeelden van mensen die ‘het slachtoffer’ worden van deze nieuwe wetten. ‘Onderhuids’ groeit de onrust en onzekerheid.

Een grote rol lijkt weggelegd voor vrijwilligers, met name mensen die vrijwillig mantelzorg gaan verlenen aan familie, buren of vrienden. Voor een aantal mensen zal er niet veel veranderen. Zij kregen al heel veel hulp van zoon, dochter of ouder. Of er was al een huishoudelijke hulp die volledig zelf betaald werd.
Vaak ten koste van andere dingen. Dat zal de komende tijd steeds vaker gebeuren: zelf betalen, ten kosten van andere dingen…
Wat we in ieder geval allemaal kunnen(en misschien wel ‘moeten’ doen), is omzien naar de ander. Onze ouders, buren, vrienden enz., zonder daarin direct mensen dingen op te leggen.
Vergeet daarin niet: mensen die het minst vragen en roepen, hebben het vaak het zwaarst.

Voor de zorgprofessionals blijft er wel een belangrijke taak over, zolang zij ingezet kunnen en mogen worden (anders gezegd: zolang deze zorg nog (gedeeltelijk) vergoed wordt of (gedeeltelijk) betaald kan worden door de zorgvrager).

Wat soms wordt vergeten in de hectiek en routine van elke dag is dat wat voor een zorgverlener (betaald) werk is, voor de zorgvrager een deel is van het leven van èlke dag. Een (zorg)professional kan een dag en soms het hele leven van een zorgvrager negatief of positief beïnvloeden!
Ook al is de zorgverlener gebonden aan regels, protocollen en wetgeving, de manier waarop deze worden uitgevoerd en worden toegepast kan enorm verschillen.
Hierbij komt vooral empathie, het denken in mogelijkheden (creatief), en het samen met een cliënt/patiënt tot een goede keuze komen om de hoek kijken.

Laat ik één klein voorbeeld noemen. Een aantal weken geleden schreef ik het blog
Afspraak en afspraak. http://wp.me/p3EO4M-H6. Hierin vertelde ik oa dat het niet lukte om samen met een polisecretaresse te zoeken naar een alternatief voor een poliafspraak, aansluitend op een andere afspraak of op een andere dag (binnen redelijk termijn, later op de dag). De secretaresse zag in 1 oogopslag dat er geen alternatief mogelijk was en wilde er ook geen moeite voor doen.
Op genoemde datum ging ik dus voor de 2e keer binnen 3 dagen naar de polikliniek van het ziekenhuis. Na een uitvoerig consult vond deze arts het noodzakelijk om op korte termijn 2 aanvullende onderzoeken en een vervolgafspraak te plannen. Opnieuw moest ik dus een aantal afspraken maken bij de medewerkster (doktersassistente?) op deze polikliniek. Of dit dezelfde persoon was als die ik aan de telefoon had gesproken weet ik niet (ik had de indruk van niet). Wel had ik haar eerder die ochtend gesproken, omdat zij een ECG bij mij had gemaakt. Daar kwam ook ter sprake dat ziekenhuisbezoeken enorm veel energie kosten, mede ook door de hoge frequentie.
De medewerkster was niet aanwezig bij de balie en ik zette mij figuurlijk al schrap om de afspraken te kunnen regelen. Onnodig. de secretaresse nam rustig en uitgebreid de tijd, zocht lang en uitgebreid, verzette een andere afspraak (ik dacht gelijk…o jee..kan dat wel(…)) en zorgde dat beide onderzoeken op één middag werden gepland, met een uurtje wachttijd tussendoor. Een week daarna werd het vervolgconsult gepland. Eigenlijk was ik enigszins verbouwereerd. Ik hoefde niets uit te leggen of te vragen. Ze begreep de noodzaak en deed gewoon haar best om goed te plannen.
Dezelfde poli als van het telefoongesprek, twee heel verschillende ervaringen.
Dit voorbeeld had slechts minimale gevolgen voor mij, eigenlijk alleen op de inzet van mijn energie en de korte, snelle termijn waarin onderzoeken, uitslagen en verder beleid konden worden vastgelegd. Uiteindelijk gaf dit wel veel rust, zorgde voor een zo gering mogelijk verbruik van energie.

Ik moet ook steeds denken aan de opmerking van de WMO-consulente, beschreven in dit blog: Bezoek van een WMO-consulente. Paniek http://wp.me/p3EO4M-NQ

‘U heeft een kat. Daar kiest u zelf voor en een kat vervuild en die vervuiling daar bent u zelf verantwoordelijk voor” en “Ik ben alleen en dan moet ik mijn enige al jaren lange trouwe maatje weg doen?
Na het volledige gesprek kreeg deze cliënte te horen dat de (vergoede) huishoudelijke hulp en begeleiding teruggebracht zou worden naar 3 uur per week. De cliënte was na dit gesprek compleet in paniek. De consulente had de regels en het protocol gevolgd, maar de manier waarop zij deze regels toepaste en besprak met cliënte getuigde niet van veel empathie. Het zette zeker die dag en waarschijnlijk ook de rest van het leven van deze cliënte compleet op zijn kop.

Zelf heb ik er heel erg veel moeite mee dat de uitleg en toepassing van regels/protocollen heel anders kunnen uitvallen bij verschillende zorgprofessionals. In dit geval had de WMO-consulente bijvoorbeeld ook kunnen zeggen: ‘ik zie en begrijp dat de kat voor u een hele waardevolle huisgenoot is, die er mogelijk mede voor zorgt dat u zich minder alleen en eenzaam voelt. Heb ik dat goed? Als er minder budget is voor begeleiding, zullen we wel ons best doen om u hulp bij het regelen en doen van het huishouden aan te bieden enz enz.

Wat mij steeds opnieuw opvalt: het valt of staat teveel met de welwillendheid van de individuele zorgprofessional (verpleegkundige (ziekenhuis, transfer, wijk) en/of de organisatie waar hij/zij voor werkt) apotheker, fysiotherapeut, WMO-consulente). Als elke schakel voldoende kennis en compassie heeft, is er veel meer mogelijk dan als iemand in de keten dat niet heeft. Dàt zou niet zo moeten /mogen zijn.

Wat kunnen we hier nu aan doen, wat zou hieruit een goed leerpunt (voornemen durf ik net niet te noemen 😉 ) kunnen zijn?
Volgens mij begint het met bewustwording.
Hopelijk wordt 2015 een jaar van bewustwording: regels, protocollen en wetten kun je niet veranderen. Wel hoe je deze hanteert en toepast. Bewust van het effect dat jouw woorden en toepassingen van protocollen en wetten een groot effect kunnen hebben op iemands dag, iemands leven. En op die van zijn naasten, vaak op een heel gezin!

Hoe kunnen we daar een eerste stap inzetten? Vrijwel elke zorgprof begint zijn werkdag met het aanzetten en opstarten van zijn computer, tablet, laptop, telefoon. Ben je patiënt/cliënt of welke naam er ook aan gekoppeld is in een bepaalde situatie: print onderstaande tekst uit. Geef deze aan de (zorg)professional(s) waar je in allerlei situaties mee te maken hebt. Vraag om dit jaar eens een mooie screensaver te maken (met kennis van protocollen, regels en wetgeving) waarop een tekst geïnspireerd op deze:

Schermopname (26)

‘Vandaag kan ik de dag en mogelijk zelfs het leven van een zorgvrager (cliënt, patiënt) veranderen, positief of negatief. Ik ga dat doen door met veel empathie te luisteren naar de patiënt, denkend in mogelijkheden (creatief, oplossend denken) en door samen met de patiënt te zoeken naar een passende keuze.

2015

Advertenties