Kijk naar de patiënt en zie een (uniek) mens.

DSC_0381[1]

In mijn vorige blog (Een (chronische) ziekte heeft impact…op veel mensen http://wp.me/p3EO4M-Ln) vertelde ik over een praatje dat ik hield voor (aankomend) studenten Geneeskunde. Omdat ik het belangrijk vond om hen ècht iets te vertellen over mijn ervaringen met artsen (in opleiding) besloot ik een negatief en een positief voorbeeld te noemen. Ook in die volgorde, om positief te kunnen eindigen.

Ik lag op een chirurgische afdeling, nadat ik voor de 6e keer in ongeveer anderhalf jaar tijd geopereerd was aan de shunt in mijn rechter bovenarm (en het was de tigste operatie in enkel jaren). Volgens het protocol zou ik na 1, vooruit, hooguit 2 dagen naar huis ‘moeten’. Het werden er 4. Zelf wilde ik ook zo snel mogelijk naar huis. In het ziekenhuis sliep ik niet. Thuis zaten ook nog manlief en onze jonge zoon. Zij kwamen elke dag op bezoek en zoonlief zei elke avond huilend welterusten (telefonisch).

De 2e dag na de operatie kon ik nog nauwelijks mijn bed uitkomen. Ik moest de shunt weer kunnen aanprikken, terwijl daar mijn arm dus dik en pijnlijk was. Detail: ik had  een infuus in mijn linker arm, rechterarm en rechter voet….Tijdens de visite werd duidelijk dat ik die dag nog niet naar huis kon. Tenminste, voor mij werd dat duidelijk. De arts-assistent wilde mij die dag nog ontslaan. Letterlijk hoorde ik de arts op de gang zeggen: ‘Mw moet wel willen’.

Als er iets is waar het mij al die jaren niet aan heeft ontbroken, dan is het wilskracht. Bij deze ervaring werd ik niet als mens gezien, maar als een patiënt die niet in het protocol leek te (willen?)passen. Voor  mijn gevoel werd ik als ‘lastig’ ervaren.

Gelukkig was er op dat moment een verpleegkundige die mijn onmacht, verdriet en boosheid zag. Zij zorgde dat ik met de behandelend chirurg een gesprek had, enkele uren later. Dat was heel prettig op dat moment. Toch hoor ik de woorden van deze arts-assistent nog steeds nagalmen. Als zij niet alleen naar het protocol had gekeken, maar vooral naar de patiënt als mens, dan had zij kunnen zien en voelen (…aagh naar woord) dat ik wel wilde, maar echt niet nog niet naar huis kon.

Daarna vertelde ik over een positieve ervaring met een arts-in-opleiding:  Ik lag op de Spoedeisende hulp, natuurlijk in het weekend. Een voor mij onbekende arts had dienst.

Na ontslag enkele weken daarvoor uit het ziekenhuis, had ik nog steeds verhoging. De  artsen konden niets bijzonders vinden. Thuis had ik toenemend pijn als het infuus inliep. Ik dacht mij ook te verbeelden (…) dat het wat dikker werd rond de insteekopening van infuus (PAC, voor de geïnteresseerden onder u). Een jaar of 2 daarvoor had ik soortgelijke klachten gehad, toen zat er een scheurtje in een slangetje, onderhuids. Dit slangetje ligt in een grote ader en loopt naar een aanprikpunt onder de huid.

Er werd een foto gemaakt en er werd bloed afgenomen. Bij binnenkomst had ik al gevraagd om een foto met contrast te maken, waarbij de bloedvaten zichtbaar worden.

Na ongeveer twee uur wachten, kwam de arts-assistent met mijn ontslagpapieren in haar hand en zei: ‘De uitslagen zijn goed. We willen u dinsdag nog wel even terug zien om een echo te maken’. Ik keek haar aan en raakte een beetje in paniek. Op dat moment was ik ook alleen op de spoedeisende hulp, dus moest ook voor mijzelf opkomen. Ik zei haar dat er ècht iets niet goed was en dat ik zelf de verantwoording niet wilde nemen om een infuus aan te sluiten.

Ze keek mij aan, keek nog eens in de papieren (in mijn dossier staat ‘laag-drempelig’ zien. Oftewel: als ik mij meld op de spoedeisende hulp, dan is er meestal echt wel iets aan de hand) en keek nog een keer naar mij. ‘Oké, ik ga nog een keer overleggen.’

Voor de derde keer die dag moest zij de dienstdoende MDL-arts over mij raadplegen.

Even later kwam ze terug en zei: ‘Om u gerust te stellen, zullen we toch een foto met contrastmiddel maken. U moet wel lang wachten, het is nogal druk.’ Dat kon mij niet zoveel schelen. Afijn…op de röntgen werd contrast ingespoten. Binnen 5 seconde werd duidelijk wat er aan de hand was:,Er zat een fors bloedstolsel in een grote ader, in de buurt van hart en longen.

Ik schrok enorm, maar was ook een soort van opgelucht. Mijn gevoel klopte, er was zeker iets aan de hand. Helaas moest ik wel direct in het ziekenhuis blijven en kon pas na 6 weken naar huis.

De arts-assistent heb ik uitgebreid bedankt. Voor het feit dat ze ècht naar mij keek en luisterde, begreep dat ik niet zomaar een onderzoek wilde ‘afdwingen’. En voor het feit dat zij de moed had om opnieuw naar haar supervisor toe te stappen(…), voor mij durfde op te komen en een aanvullend onderzoek regelde.

Ik leerde op deze momenten wederom hoe kwetsbaar je bent als patiënt. Afhankelijk van de houding en de ‘goede wil’ van een arts. Het is ook af te raden om alleen naar de spoedeisende hulp te gaan, op een moment dat je ziek en kwetsbaar bent. Het is dan veel moeilijker om voor jezelf op te komen en mondig te zijn. Hopelijk onthouden deze (aankomend?) studenten een deel van mijn ervaringen. Dat een protocol een handleiding is, waar soms van afgeweken kan/moet worden. Ik hoop vooral dat zij een patiënt  als een (uniek) mens zullen blijven zien.

Advertenties