De patiënt als partner…ook ìn het ziekenhuis!?

DSC_0121[1]

De patiënt als partner. Hoe gaat dat eigenlijk als een patiënt is opgenomen in het ziekenhuis? Wie bepaalt het beleid en wordt de patiënt daar ook (voldoende) bij betrokken?

Bij een geplande opname word een patiënt opgenomen voor de arts waar hij/zij (poliklinisch) onder behandeling is (de hoofdbehandelaar). Komt iemand via de eerste hulp (spoedopname), dan word deze opgenomen voor de arts die dienst heeft. Op papier dan in beide gevallen. In de praktijk zijn er op de verpleegafdeling 1 of 2 artsen die voor een langere periode supervisor zijn (een “vaste” arts binnen dit specialisme). Op elke afdeling is er ook 1 (soms 2 of 3 ) arts-assistent(en) die tijdens kantooruren het aanspreekpunt is voor de verpleegkundigen (en patiënten). De arts-assistent (een arts in opleiding) loopt meestal ook dagelijks visite. Vaak spreekt men ook over “de zaalarts” ipv arts-assistent.

1-3 keer per week is er op de meeste afdelingen een zogenaamde “grote visite”. In ieder geval is dan de supervisor ook aanwezig. Vaak schuift ook de diëtiste aan. In veel ziekenhuizen wordt er ook een zogenaamd Multi Disciplinair Overleg (MDO) gehouden, waarbij er dus ook nog andere “disciplines” aanschuiven (bijv. een psycholoog of op de chirurgische afdeling een internist).
Meestal wordt er eerst een zogenaamde “papieren visite” gehouden in een aparte ruimte op de afdeling. De verpleegkundige brengt dan eventuele bijzonderheden over de patiënt in en de daaraan gekoppelde vragen. Samen met uitslagen van allerlei onderzoeken, wordt dan beleid bepaald voor de komende dagen. Soms worden er röntgenfoto’s bekeken, eventueel overleg gepleegd met een radioloog, andere arts, apotheker, microbioloog enz.

Er zijn hier 2 grote nadelen aan:

1. Tijdens deze papieren visite is de patiënt niet aanwezig. Dit gebeurt nl niet aan het bed. De verpleegkundige moet als het ware spreken voor de patiënt. Maar de verpleegkundige moet een groot deel van haar/zijn bevindingen uit de rapportages halen. Vaak is er niet eens tijd om voor de papieren visite aan de patiënt te vragen hoe het gaat en of er nog vragen en/of opmerkingen zijn aan de arts. Na de papieren visite komt de “hele horde” aan het bed, er wordt visite gelopen: verpleegkundige(n), arts-assistent, vaak co-assistent(en), supervisor (soms is deze groep nog uitgebreider). Zij gaan allemaal aan het bed staan (en kijken dus letterlijk op de patiënt neer). Meestal wordt er eerst gevraagd hoe het gaat. De artsen hebben echter van te voren dus eigenlijk al het beleid bepaald. Merk zelf vaak dat het dan best lastig is om de vragen die er zijn nog aan de arts te stellen en eventuele opmerkingen te plaatsen bij het beleid. Je merkt dat er weinig tijd is en dat het vooral het mededelen is van dit beleid.
Om dit te veranderen, is een andere manier van werken nodig. Dit zal waarschijnlijk op praktische problemen stuiten (mn tijd, ruimte (privacy!) en hulpmiddelen (computer)). Toch is het noodzaak om ook hier de patiënt (of eventueel zijn/haar mantelzorger!) als partner te zien. Ook dan “samen beslissen”!
Bekijk en overleg per patiënt of dit mogelijk is. Als de patiënt dit niet kan, dan is het belangrijk dat de verpleegkundige het woord voert voor de patiënt. Dan moet de verpleegkundige wel nàmens de patiënt spreken. Niet alleen een samenvatting van de rapportages geven…..
NB op de kinderafdeling is vaak 1 van de ouders het grootste deel van de afdeling bij het kind aanwezig. Ook de ouder zou veel meer betrokken moeten worden bij de dagelijkse visite!

2. De supervisor is niet per definitie de behandelend arts van de patiënt (de arts die de patiënt voor de opname al bezocht). Voor met name de patiënten die al langer onder behandeling zijn van een arts, kan dit een groot nadeel zijn. Het gebeurt nog wel eens dat hierdoor bepaalde gezondheidsproblemen worden gemist of anders beoordeeld.
De “eigen” behandelend arts wordt ook niet altijd geraadpleegd door de afdelingsarts(en). Het is een heel verschillen als de “eigen” arts bij de patiënt aan bed komt. Voor de patiënt is dit van essentieel belang. De eigen arts kent de patiënt soms al jaren en kan snel een probleem herkennen, omdat dit bijvoorbeeld al vaker voorkwam. De eigen arts heeft ook meer een totaal overzicht van een patiënt en weet ook wat “normaal” is voor deze patiënt. Soms kan hierdoor zelfs de opnameduur beperkt worden. Na een operatie is het ook heel zinvol als de patiënt zo spoedig mogelijk de operateur ziet/spreekt. Deze heeft tenslotte de operatie verricht….

De reden dat de eigen(behandelend) arts niet het beleid bepaalt op een afdeling is meestal puur praktisch. Als ik bijv kijk naar de MDL-afdeling waar ik vaak lig: er zijn 9 MDL-artsen. Als deze na elkaar (of tegelijk?) visite komen lopen, dan betekent dit dat de verpleegkundige steeds weg geroepen wordt bij haar werk en het zorgt voor meer onrust op een afdeling. Verder heeft de arts zelf natuurlijk ook allerlei andere werkzaamheden.
Zelf heb ik vaak in het ziekenhuis gelegen met een complex ziektebeeld, waardoor het voor niet-behandelend artsen bijna niet te overzien is. Mijn eigen arts komt daarom altijd vrij snel na opname langs om samen problemen en beleid te bespreken. Heel prettig en verhelderend! De arts-assistent is hier meestal bij aanwezig, zodat deze ook op de hoogte is van het te voeren beleid.

Hoe een afdeling het ook regelt, het is ook bij de dagelijkse visite belangrijk om de patiënt als partner te zien. Vergeet hierbij niet dat een patiënt liggend in een ziekenhuis bed vaak minder mondig is, zich ziek voelt, moe, concentratie problemen heeft, soms verward enz.
Je kunt alleen maar ècht weten hoe het gaat met een patiënt door dit aan hem/haar te vragen. Dat lijkt een open deur, maar dit wordt echt veel te weinig gedaan! Lees ook:
5 minuten (Tijd in de Zorg) http://wp.me/p3EO4M-1u

Zolang de visite voor een deel achter gesloten deuren plaatsvindt, heeft de verpleegkundige een belangrijke taak. Het rapporteren bij/aan het bed (dus eigenlijk samen met de patiënt) door de verpleegkundige is hierbij een belangrijk en ook noodzakelijk hulpmiddel!

 

Advertenties