Acute opname.

Het ging een tijdje best goed. Tenminste wat het aantal ziekenhuisopnames betreft.
In mijn geval is stabiel dus ongeveer gelijk als even geen ziekenhuisopnames. Maar dat betekent dus niet dat mijn gezondheid ècht stabiel is.

De laatste tijd merkte ik wel dat mijn energie steeds minder werd. Ik voelde mij ook niet echt fit, maar kon er de vinger niet op leggen. Toch zou ik inmiddels dan wel moeten weten dat dit betekent dat er toch ergens iets niet helemaal goed gaat.

Afijn, nu bleek bij controle (op 16 oktober) bepaalde bloedwaardes afwijkend te zijn. Dus belde de MDL-arts op een voor mij totaal onverwachts moment met de opdracht om direct maar naar het ziekenhuis te komen. Ik vroeg nog enigszins verbouwereerd of dat niet een dag later mocht, maar nee. En ik moest mij ook maar laten rijden (terwijl ik dezelfde ochtend nog heen en weer naar Arnhem ben gereden).

Daar sta je dan volkomen verbouwereerd naar de telefoon te staren voor enkele seconden. Maar direct daarna neemt mijn praktische en toch wel doortastende aard het van mij over. Eerst manlief maar even bellen en op de hoogte brengen. Nu is ook hij al heel veel gewend uit het verleden. Dus hij reageerde erg rustig en we bekeken samen hoe we mij zo snel mogelijk in Arnhem konden krijgen. Ondertussen wachtte zoonlief in de keuken om naar tennisles gebracht te worden, nog onwetend wat hem nu weer boven het hoofd hing.

Het moeilijkste van elke (acute) opname vind ik toch echt het inlichten van zoonlief en wat dit allemaal met hem doet. Het vertellen proberen we te doen op zo’n manier dat hij het nog enigszins begrijpt en kan overzien. Tis alleen op een gegeven moment bijna niet meer uit te leggen. Het ene moment zit ik nog op de bank en spoor ik hem aan om zich gereed te maken voor zijn tennisles. Het volgende moment vertel ik hem dan voorzichtig dat ik direct naar het ziekenhuis moet. Zomaar, boem pats. Hij schrikt enorm. Ik vraag of hij naar de tennisles wil of liever mee wil naar het ziekenhuis. Gelukkig kiest hij zelf voor de tennisles. Snel pak ik wat spulletjes bij elkaar en ik beloof dat we zoonlief eerst naar tennisles brengen en daarna pas naar het ziekenhuis rijden. Ondertussen regelen we dan gelijk dat iemand hem daarna kan ophalen.

Afijn, ongeveer 20 minuten na het telefoontje van de arts, zitten we in de auto op weg naar het ziekenhuis. Toch nog steeds enigszins beduusd. Bij aankomst worden we vlot opgevangen en naar een kamer verwezen op de eerste hulp. En dan begint het lange wachten. Manlief stuur ik maar snel naar huis. Ik voel mij beter als hij er is om zoonlief op te vangen. Ik red mij wel even.

Voor het infuus heb ik een shunt die ik zelf kan en mag aanprikken. Gelukkig heeft mijn MDL-arts dit inmiddels overal duidelijk vermeld in het EPD, dus hierover is geen discussie. Alleen….door de stress lukt het aanprikken niet, ook niet na 3 keer. De verpleegkundige regelt iemand die de shunt kan aanprikken. Het gaat. Moeizaam, maar het lukt. Uiteindelijk lig ik een paar uur later op de afdeling. Zoonlief wil persé nog even op bezoek komen. Ondanks dat het al laat is en het maar een kort bezoek is, doet het ons allemaal (manlief is er natuurlijk ook) wel goed. Een beetje verdwaasd kijken we elkaar aan. Is het pas echt een paar uur geleden dat ik zoonlief van school haalde op de fiets?

Advertenties